Glutenvrije flammkuchen: zo maak je het thuis (met of zonder zalm)

Inhoudsopgave

Glutenvrije flammkuchen is goed mogelijk en hoeft niet minder lekker te zijn dan het origineel. De truc zit in de juiste meelsoort en een bindmiddel dat het deeg bij elkaar houdt, want gewone tarwebloem valt weg. Met glutenvrij havermeel of sorghummeel als basis en psylliumvezels als bindmiddel krijg je een dun, knapperig bodem die de klassieke flammkuchen goed benadert.

Welk meel gebruik je voor glutenvrije flammkuchen?

De twee meest gebruikte opties zijn glutenvrij havermeel en sorghummeel. Havermeel heeft een milde, licht nootachtige smaak die goed past bij de hartige toppings. Sorghummeel is iets neutraler van smaak en geeft een iets stevigere bodem. Beide werken goed, het is een kwestie van voorkeur.

Wat je bij glutenvrij meel niet kunt missen, is een bindmiddel. Gluten zorgen in gewone bloem voor de elasticiteit en samenhang van het deeg. Zonder gluten valt het deeg uit elkaar als je het uitrolt. Psylliumvezels vullen die rol in: ze absorberen vocht en maken het deeg werkbaar. Gebruik bij dit deeg zo’n 10 gram psylliumvezels per 135 gram meel.

Een snuf zout en een theelepel bakpoeder ronden het basisdeeg af. Het bakpoeder geeft de bodem iets meer lift, zodat hij niet als een harde cracker uit de oven komt.

De basis van het deeg: stap voor stap

Een glutenvrij flammkuchendeeg maak je snel. Hieronder de stappen op een rij:

  • Meng 135 gram glutenvrij havermeel of sorghummeel met 10 gram psylliumvezels, 1 theelepel bakpoeder en een goede snuf zout.
  • Voeg 150 gram kwark toe (gewoon of plantaardig) en meng tot een samenhangend deeg.
  • Laat het deeg 5 minuten rusten zodat de psylliumvezels het vocht volledig opnemen.
  • Rol het deeg uit tussen twee vellen bakpapier tot een dunne plak, zo’n 2 tot 3 millimeter dik.
  • Leg het op een bakplaat en bak in een voorverwarmde oven op 200 tot 220 graden Celsius tot de randen goudbruin en knapperig zijn, meestal 12 tot 18 minuten.

Het deeg is stijver dan een gewoon gistdeeg en iets brozer als het koud is. Rol het meteen na het rusten uit, dan is het het makkelijkst te verwerken. Rol je het te dik, dan blijft de bodem zacht in het midden en krijg je niet die knapperige bite die flammkuchen zo lekker maakt.

Toppings: van klassiek tot zalm

De traditionele Elzasser flammkuchen heeft crème fraîche, uitgebakken spekjes en gesnipperde ui als topping. Dat is volledig glutenvrij van zichzelf, dus de glutenvrije aanpassing zit puur in het deeg.

Een populaire variant is glutenvrije flammkuchen met zalm. Smeer de bodem dun in met crème fraîche of kwark, beleg met dunne plakken gerookte zalm na het bakken (zodat de zalm niet uitdroogt), en voeg rode ui, kappertjes of verse dille toe. Zo blijft de zalm zacht en sappig.

Andere goede combinaties:

  • Geitenkaas, walnoten en honing
  • Champignons, tijm en crème fraîche
  • Appel, spek en uitje (de zoet-hartige versie)
  • Spinazie, feta en zongedroogde tomaat

Waar het soms misgaat

De meest gemaakte fout bij glutenvrije flammkuchen is een deeg dat te veel vocht bevat. Kwark verschilt sterk in vochtgehalte per merk. Is je deeg te plakkerig om uit te rollen, voeg dan lepel voor lepel een beetje extra meel toe totdat het net niet meer aan je handen plakt.

Een andere valkuil: te weinig psylliumvezels. Probeer je het te besparen, dan scheurt de bodem bij het uitrollen of breekt hij op de bakplaat. De 10 gram per 135 gram meel is geen ruime marge, maar echt het minimum voor een werkbaar deeg.

Tot slot: bak glutenvrije flammkuchen iets korter van tevoren als je hem op een borrel wilt serveren. Glutenvrije bodem verliest zijn knapperigheid sneller dan een tarwebodem. Maak hem liever net van tevoren en serveer hem warm.

Met het juiste meel, psylliumvezels als bindmiddel en een hete oven kom je al heel ver. Het deeg vraagt even wennen aan de iets anders aanvoelende structuur, maar het resultaat is een dunne, knapperige flammkuchen die ook voor mensen zonder gluten-intolerantie geen troostprijs is.

Over de auteur

Andere items